#NR.3 #JULI2025
Samen leren in de wijk
‘Het zijn allemaal zaadjes die je plant’
Samen leren in de wijk
‘Het zijn allemaal zaadjes die je plant’
Studenten voorbereiden op hun toekomstige beroepspraktijk, terwijl ze tegelijkertijd een waardevolle bijdrage leveren aan de samenleving? Dat gebeurt in de living labs van het Saxion-lectoraat Smarth Health. In deze experimentele omgevingen werken onderzoekers, studenten, professionals en inwoners samen aan een gezondere wijk. Lectoren Karin Dijkstra en Gitte Kloek vertellen erover.

Karin Dijkstra is lector Gezondheidsbevordering in de Leefomgeving bij Hogeschool Saxion. Binnen haar onderzoek houdt ze zich bezig met het bevorderen van gezond gedrag en een gezonde leefstijl en de rol van de leefomgeving hierin.
Over het lectoraat Smart Health
Het lectoraat Smart Health van Hogeschool Saxion ontwikkelt en past technologische en datagedreven oplossingen toe die gezondheidbevordering en passende zorg ondersteunen. Daarmee draagt het lectoraat bij aan een gezonde samenleving en toekomstgerichte zorgpraktijk. Met praktijkgericht onderzoek, op het snijvlak van gezondheid en welzijn. Samen met burgers, cliënten, patiënten en professionals uit de praktijk.
“Deventer, Hengelo, Apeldoorn, Zwartewaterland…” Lectoren Karin Dijkstra en Gitte Kloek sommen alle living labs van het Saxion-lectoraat Smarth Health (zie kader) op. “Het zijn er inmiddels zes”, concluderen ze trots. “Wijkpartners en gemeentes willen hier graag mee verder.” Living labs zijn lokale, innovatieve omgevingen waarin verschillende partijen samenwerken, zoals onderwijsinstellingen, gemeentes, zorg- en welzijnsorganisaties en inwoners. De labs van Smart Health richten zich op leefstijl, gezondheidsbevordering en beweging, en faciliteren ontmoeting, samenwerking en kennisdeling in de wijk. Gitte Kloek: “We brengen onze studenten de praktijk in. Op die manier doen we interprofessioneel ervaringen op, kunnen we praktijkgericht onderzoek uitvoeren en zoeken we oplossingen voor échte problemen in de samenleving. Dat is veel authentieker dan werken met verzonnen casussen. En doordat inwoners actief worden betrokken bij de zoektocht naar oplossingen, is het effect vaak groot.” Studenten van de minor Fit4Life sloten bijvoorbeeld iedere week aan bij een wandelgroep in de Rivierenwijk in Deventer, om te onderzoeken hoe hun wandelroute aantrekkelijker gemaakt kon worden. Het is een mooi voorbeeld van de unieke en dynamische leerervaring. Karin Dijksta: “Door het contact met wijkbewoners leren studenten over hun levens en context. Daardoor kunnen ze zich beter te verplaatsen in deze mensen. Studenten worden tijdelijk onderdeel van de wijk en bouwen aan een relatie met de bewoners. Ze geven aan dat ze hierdoor een breder perspectief op de maatschappij krijgen. Ze ontdekken bijvoorbeeld dat je niet dezelfde taal hoeft te spreken om elkaar te begrijpen.” Groeiend zelfvertrouwen In de living labs ervaren studenten wat ze kunnen tegenkomen in hun toekomstige werk. Karin Dijkstra: “Sommige studenten moeten echt een drempel over. Maar na een paar positieve ervaringen zie je hun zelfvertrouwen groeien. Als een inwoner gewoon naast je gaat zitten, dan moet je wel.” Ook de docent-onderzoekers leren nog steeds, ziet Gitte Kloek. “Hoe krijg je zo’n living lab goed werkend? Zo ontdekten we bijvoorbeeld dat de labs gebaat zijn bij een vaste structuur, met duidelijke verwachtingen. Onderling wisselen de labs nuttige werkvormen uit. Zo blijven we ons samen ontwikkelen.” Op sommige plekken haken naast hbo-studenten ook mbo-studenten aan. “De hbo-student is vaak wat analytischer, terwijl de mbo-student juist wat sneller aan de slag gaat. Die combinatie van competenties is erg waardevol.” Naast het opleiden van studenten tot toekomstbestendige professionals, leveren de living labs waardevolle wetenschappelijke inzichten over gezonde wijken op. Ze bevorderen de gezondheid en het welzijn van wijkbewoners, bouwen mee aan gezonde en inclusieve leefomgevingen en maken doorontwikkeling van de beroepspraktijk mogelijk. De lectoren zijn blij met de bijzondere aanpak. “Hierdoor bereiken we inwoners die meestal minder makkelijk of vanzelfsprekend aanhaken, zeker als het gaat om onderzoek. Daarin zit het succes.”
Tijd en aandacht Het grootste geheim van een succesvol living lab is volgens de lectoren een héél goed netwerk in de wijk. “Je moet zowel inwoners als professionals aan je verbinden”, tipt Gitte. “Een mailtje is niet genoeg. Zoiets heeft tijd en aandacht nodig. Zoek elkaar op, leer elkaar goed kennen. Stap niet gelijk met je onderzoekspet zo’n wijk in. Het persoonlijke contact, weten wat er speelt in een wijk, daar begint het. Een prettige samenwerking met wijkpartners is essentieel, benadrukt Gitte. “Zonder hen zouden de living labs te eendimensionaal zijn. Wijkpartners verbinden zich aan een maatschappelijk vraagstuk, daar zit voor hen ook het belang. Bij gesubsidieerde labs kan de inzet van professionals – naast die van een labregisseur en docenten – deels worden gefinancierd, maar er is vaak ook een eigen bijdrage in uren. De professional heeft net zo’n belangrijke rol als de onderzoeker en de labregisseur. Samen heb je alle nodige kennis over de wijk. In Apeldoorn vormt de beweegmakelaar bijvoorbeeld echt een voorbeeldrol voor studenten. Die leren van hoe hij omgaat met de kinderen in de wijk.” “We proberen aan te sluiten bij het tempo van de wijk”, vult Karin Dijkstra aan. “Soms moet je ineens heel snel, dan weer een stapje terug of opnieuw in gesprek. Voorkom dat je je eigen onderzoeksagenda ergens dropt, en ga in plaats daarvan op zoek naar het gemeenschappelijk doel. De behoeftes van bewoners en partners staan centraal. Hoe kunnen we elkaar ondersteunen?” En wat ook echt belangrijk is: “Dat je je docenten meekrijgt in dit soort initiatieven. Zij moeten ook echt op een andere, vernieuwende manier les willen geven.” Onverwachte contacten Als een onderzoeker voor langere tijd verbonden is aan een wijk, weten de inwoners die onderzoeker vaak ook te vinden met nieuwe vraagstukken. “Soms worden we benaderd vanuit een inwonersinitiatief, of door woningcorporaties. Op andere locaties zijn we vanaf nul begonnen, met voorzichtige, soms onverwachte contacten. In Apeldoorn kwam onze living lab regisseur in contact met de plaatselijke supermarkt. De manager bleek een schat aan informatie over de wijk te hebben. Hij is een heel waardevolle partner gebleken.”

Gitte Kloek is lector Gezondheidsbevordering in de zorg bij het lectoraat Smart Health van Hogeschool Saxion. Binnen haar onderzoek houdt ze zich bezig met professioneel leiderschap voor passende zorg, datagedreven werken en implementatievraagstukken in het zorgdomein.
‘Het persoonlijke contact, weten wat er speelt in een wijk, daar begint het’
In de ruim drie jaar dat de living labs draaien, hebben de lectoren heel wat geleerd. Gitte Kloek: “Soms hebben we studenten misschien te veel in het diepe gegooid. We proberen in alle eerlijkheid te monitoren of de labs studenten een goede leeromgeving bieden. Inmiddels hebben we een mbo Comeniusbeurs (van het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek, red.) om dit actief te onderzoeken. Het is goed om onze methode te blijven doorontwikkelen. Hoe maak je abstracte onderwerpen toegankelijk genoeg? Hoe communiceer je op een inclusieve manier met inwoners? Dat zijn echt belangrijke vragen.” Voor wie zelf een living lab wil organiseren, hebben de lectoren nog meer waardevol advies. Gitte Kloek: “Ga naar een lopend living lab en loop een dagje mee. Daar zie je het gebeuren.” Karin Dijkstra: “Maak een keuze voor een bepaalde wijk en committeer je daar voor een aantal jaren aan. Dat is belangrijk om het vertrouwen van de inwoners te krijgen. Zorg voor een goede overdracht tussen oude en nieuwe groepen studenten, die vaak na een halfjaar wisselen. En schep realistische verwachtingen; wat doe je wel en wat doe je niet? Je hebt niet zomaar ineens een zak met geld om de hele wijk te veranderen.” Daarvoor is goed contact met de gemeente belangrijk, vult Gitte Kloek aan. “Daarom hebben we onze living labs onlangs gepresenteerd bij de gemeenteraad van Apeldoorn.” Frisse blik Aansprekende resultaten zijn belangrijk om living labs voort te zetten en uit te breiden. Net als wederkerigheid. Karin Dijkstra: “Dus niet studenten een wijkscan laten maken en dan weer verdwijnen, maar echt iets opbouwen in de wijk. De studenten leren iets, maar geven tegelijkertijd iets terug aan de professionals en inwoners. Soms is dat energie of een frisse blik. We laten studenten educatiebijeenkomsten voor inwoners organiseren, bijvoorbeeld over voeding en bewegen. Ze helpen bij het opzetten of onderzoeken van producten voor en door de wijk, zoals een kookboek of de beste beweegroutes. We merken dat zowel studenten als wijkpartners de living labs enorm waarderen. Ook al gaat het soms langzaam en is het op relatief kleine schaal, we zetten toch samen iets in gang. Het zijn allemaal zaadjes die je plant.”
“Deventer, Hengelo, Apeldoorn, Zwartewaterland…” Lectoren Karin Dijkstra en Gitte Kloek sommen alle living labs van het Saxion-lectoraat Smarth Health (zie kader) op. “Het zijn er inmiddels zes”, concluderen ze trots. “Wijkpartners en gemeentes willen hier graag mee verder.” Living labs zijn lokale, innovatieve omgevingen waarin verschillende partijen samenwerken, zoals onderwijsinstellingen, gemeentes, zorg- en welzijnsorganisaties en inwoners. De labs van Smart Health richten zich op leefstijl, gezondheidsbevordering en beweging, en faciliteren ontmoeting, samenwerking en kennisdeling in de wijk. Gitte Kloek: “We brengen onze studenten de praktijk in. Op die manier doen we interprofessioneel ervaringen op, kunnen we praktijkgericht onderzoek uitvoeren en zoeken we oplossingen voor échte problemen in de samenleving. Dat is veel authentieker dan werken met verzonnen casussen. En doordat inwoners actief worden betrokken bij de zoektocht naar oplossingen, is het effect vaak groot.” Studenten van de minor Fit4Life sloten bijvoorbeeld iedere week aan bij een wandelgroep in de Rivierenwijk in Deventer, om te onderzoeken hoe hun wandelroute aantrekkelijker gemaakt kon worden. Het is een mooi voorbeeld van de unieke en dynamische leerervaring. Karin Dijksta: “Door het contact met wijkbewoners leren studenten over hun levens en context. Daardoor kunnen ze zich beter te verplaatsen in deze mensen. Studenten worden tijdelijk onderdeel van de wijk en bouwen aan een relatie met de bewoners. Ze geven aan dat ze hierdoor een breder perspectief op de maatschappij krijgen. Ze ontdekken bijvoorbeeld dat je niet dezelfde taal hoeft te spreken om elkaar te begrijpen.” Groeiend zelfvertrouwen In de living labs ervaren studenten wat ze kunnen tegenkomen in hun toekomstige werk. Karin Dijkstra: “Sommige studenten moeten echt een drempel over. Maar na een paar positieve ervaringen zie je hun zelfvertrouwen groeien. Als een inwoner gewoon naast je gaat zitten, dan moet je wel.” Ook de docent-onderzoekers leren nog steeds, ziet Gitte Kloek. “Hoe krijg je zo’n living lab goed werkend? Zo ontdekten we bijvoorbeeld dat de labs gebaat zijn bij een vaste structuur, met duidelijke verwachtingen. Onderling wisselen de labs nuttige werkvormen uit. Zo blijven we ons samen ontwikkelen.” Op sommige plekken haken naast hbo-studenten ook mbo-studenten aan. “De hbo-student is vaak wat analytischer, terwijl de mbo-student juist wat sneller aan de slag gaat. Die combinatie van competenties is erg waardevol.” Naast het opleiden van studenten tot toekomstbestendige professionals, leveren de living labs waardevolle wetenschappelijke inzichten over gezonde wijken op. Ze bevorderen de gezondheid en het welzijn van wijkbewoners, bouwen mee aan gezonde en inclusieve leefomgevingen en maken doorontwikkeling van de beroepspraktijk mogelijk. De lectoren zijn blij met de bijzondere aanpak. “Hierdoor bereiken we inwoners die meestal minder makkelijk of vanzelfsprekend aanhaken, zeker als het gaat om onderzoek. Daarin zit het succes.”

Karin Dijkstra
is lector Gezondheidsbevordering in de Leefomgeving bij Hogeschool Saxion. Binnen haar onderzoek houdt ze zich bezig met het bevorderen van gezond gedrag en een gezonde leefstijl en de rol van de leefomgeving hierin.

Gitte Kloek
is lector Gezondheidsbevordering in de zorg bij het lectoraat Smart Health van Hogeschool Saxion. Binnen haar onderzoek houdt ze zich bezig met professioneel leiderschap voor passende zorg, datagedreven werken en implementatievraagstukken in het zorgdomein.
Over het lectoraat Smart Health
Het lectoraat Smart Health van Hogeschool Saxion ontwikkelt en past technologische en datagedreven oplossingen toe die gezondheidbevordering en passende zorg ondersteunen. Daarmee draagt het lectoraat bij aan een gezonde samenleving en toekomstgerichte zorgpraktijk. Met praktijkgericht onderzoek, op het snijvlak van gezondheid en welzijn. Samen met burgers, cliënten, patiënten en professionals uit de praktijk.
‘Het persoonlijke contact, weten wat er speelt in een wijk, daar begint het’
Tijd en aandacht Het grootste geheim van een succesvol living lab is volgens de lectoren een héél goed netwerk in de wijk. “Je moet zowel inwoners als professionals aan je verbinden”, tipt Gitte. “Een mailtje is niet genoeg. Zoiets heeft tijd en aandacht nodig. Zoek elkaar op, leer elkaar goed kennen. Stap niet gelijk met je onderzoekspet zo’n wijk in. Het persoonlijke contact, weten wat er speelt in een wijk, daar begint het. Een prettige samenwerking met wijkpartners is essentieel, benadrukt Gitte. “Zonder hen zouden de living labs te eendimensionaal zijn. Wijkpartners verbinden zich aan een maatschappelijk vraagstuk, daar zit voor hen ook het belang. Bij gesubsidieerde labs kan de inzet van professionals – naast die van een labregisseur en docenten – deels worden gefinancierd, maar er is vaak ook een eigen bijdrage in uren. De professional heeft net zo’n belangrijke rol als de onderzoeker en de labregisseur. Samen heb je alle nodige kennis over de wijk. In Apeldoorn vormt de beweegmakelaar bijvoorbeeld echt een voorbeeldrol voor studenten. Die leren van hoe hij omgaat met de kinderen in de wijk.” “We proberen aan te sluiten bij het tempo van de wijk”, vult Karin Dijkstra aan. “Soms moet je ineens heel snel, dan weer een stapje terug of opnieuw in gesprek. Voorkom dat je je eigen onderzoeksagenda ergens dropt, en ga in plaats daarvan op zoek naar het gemeenschappelijk doel. De behoeftes van bewoners en partners staan centraal. Hoe kunnen we elkaar ondersteunen?” En wat ook echt belangrijk is: “Dat je je docenten meekrijgt in dit soort initiatieven. Zij moeten ook echt op een andere, vernieuwende manier les willen geven.” Onverwachte contacten Als een onderzoeker voor langere tijd verbonden is aan een wijk, weten de inwoners die onderzoeker vaak ook te vinden met nieuwe vraagstukken. “Soms worden we benaderd vanuit een inwonersinitiatief, of door woningcorporaties. Op andere locaties zijn we vanaf nul begonnen, met voorzichtige, soms onverwachte contacten. In Apeldoorn kwam onze living lab regisseur in contact met de plaatselijke supermarkt. De manager bleek een schat aan informatie over de wijk te hebben. Hij is een heel waardevolle partner gebleken.” In de ruim drie jaar dat de living labs draaien, hebben de lectoren heel wat geleerd. Gitte Kloek: “Soms hebben we studenten misschien te veel in het diepe gegooid. We proberen in alle eerlijkheid te monitoren of de labs studenten een goede leeromgeving bieden. Inmiddels hebben we een mbo Comeniusbeurs (van het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek, red.) om dit actief te onderzoeken. Het is goed om onze methode te blijven doorontwikkelen. Hoe maak je abstracte onderwerpen toegankelijk genoeg? Hoe communiceer je op een inclusieve manier met inwoners? Dat zijn echt belangrijke vragen.” Voor wie zelf een living lab wil organiseren, hebben de lectoren nog meer waardevol advies. Gitte Kloek: “Ga naar een lopend living lab en loop een dagje mee. Daar zie je het gebeuren.” Karin Dijkstra: “Maak een keuze voor een bepaalde wijk en committeer je daar voor een aantal jaren aan. Dat is belangrijk om het vertrouwen van de inwoners te krijgen. Zorg voor een goede overdracht tussen oude en nieuwe groepen studenten, die vaak na een halfjaar wisselen. En schep realistische verwachtingen; wat doe je wel en wat doe je niet? Je hebt niet zomaar ineens een zak met geld om de hele wijk te veranderen.” Daarvoor is goed contact met de gemeente belangrijk, vult Gitte Kloek aan. “Daarom hebben we onze living labs onlangs gepresenteerd bij de gemeenteraad van Apeldoorn.” Frisse blik Aansprekende resultaten zijn belangrijk om living labs voort te zetten en uit te breiden. Net als wederkerigheid. Karin Dijkstra: “Dus niet studenten een wijkscan laten maken en dan weer verdwijnen, maar echt iets opbouwen in de wijk. De studenten leren iets, maar geven tegelijkertijd iets terug aan de professionals en inwoners. Soms is dat energie of een frisse blik. We laten studenten educatiebijeenkomsten voor inwoners organiseren, bijvoorbeeld over voeding en bewegen. Ze helpen bij het opzetten of onderzoeken van producten voor en door de wijk, zoals een kookboek of de beste beweegroutes. We merken dat zowel studenten als wijkpartners de living labs enorm waarderen. Ook al gaat het soms langzaam en is het op relatief kleine schaal, we zetten toch samen iets in gang. Het zijn allemaal zaadjes die je plant.”